column door Armand Leenaers

Waarom ik Heerlen

een warm hart toedraag

 

Sinds ik daar de tijd voor heb, schrijf ik met enige regelmaat brieven en artikelen voor kranten en websites. Er is altijd wel een aanleiding te vinden en anders schiet me iets te binnen uit mijn werkende bestaan in de regio Utrecht. Of er gebeurt iets in mijn directe omgeving. Sinds de zomer van 2017 woon ik weer in mijn geboorteplaats Heerlen en dat levert veel ideeën op.

Zeg maar rustig: ik kijk mijn ogen uit.

Wat is er veel veranderd sinds de tijd dat ik op de middelbare school zat, het allang opgedoekte Coriovallum College. Maar vooral: wat een interessante stad is Heerlen. Weg is het doemdenken en de neerslachtigheid die in mijn herinnering zo sterk aanwezig waren. Er gebeurt van alles op het gebied van festivals (Cultura Nova), film (de heropende Royal), muziek (een Nieuwe Nor), theater (schouwburg) en streetart en wat is het hier, buiten het versteende centrum dan, mooi groen. Gelukkig krijgt het nieuwe stadskantoor van Francine Houben een parkachtige omgeving. De neergang na de sluiting van de mijnen is tot staan gebracht. Een halve eeuw recupereren, bijna een mensenleven lang, was wel genoeg. Straks is het allemaal terug te zien in het nieuwe Mijnmuseum.

 

Als ik bij mijzelf naga wat er nou zo boeiend is aan Heerlen, kan ik spontaan tot drie tellen. Dat heeft vooral te maken met mijn historische belangstelling. Ik zie hier namelijk restanten van twee grote bewegingen uit de wereldgeschiedenis. Als eerste de industriële revolutie die onze wereld een totaal ander aanzien heeft gegeven. Het is wellicht de meest ingrijpende gebeurtenis in het bestaan van homo sapiens, ijstijden en wereldoorlogen daargelaten. De mijnbouw was er een onmisbaar onderdeel van. Hoewel de zichtbare erfenis daarvan in Parkstad zorgvuldig is weggepoetst, heeft dit overal sporen achtergelaten. Zoals in de multiculturele bevolkingssamenstelling, de tweede ontwikkeling die ik wil noemen. Migranten uit heel Europa hebben die nieuwe samenleving rond de mijnen vormgegeven. Als vrijwilliger in het pop-up Migratiemuseum Heerlen op het Maanplein heb ik er aan mogen bijdragen dat dit belangrijke verhaal aan de vergetelheid is onttrokken. En daar is het derde aspect: de link met mijn eigen achtergrond. Want waarom ben ik in 1959 in Heerlen geboren en niet in Maastricht (vaderskant) of Rotterdam (moederskant)? Het antwoord luidt dat ook mijn voorvaderen werden aangetrokken door de boom veroorzaakt door de mijnbouw.

Dit mengsel van glorieuze jaren en rijkdom maar ook de latere verloedering rond het station, mijn familiegeschiedenis en het vele staal dat doet denken aan industrieel erfgoed, komt bij elkaar in het spraakmakende symbool van het nieuwe Heerlen: het Maankwartier. Romeinen, warm water uit de ondergelopen mijngangen, Zuid-Limburgse heuvels, een mediterrane sfeer, de kloof tussen arm en rijk: het zit er allemaal in met een onnavolgbare verhalenverteller als bedenker. Dat die krakkemikkige maquette een-op-een gebouwd is, tartte elke cynicus die zich afvroeg of ze in Heerlen soms gek waren geworden.

 

Ja, het Maankwartier heeft veel vrienden (nu ook officieel als stichting) maar ook vijanden en die laten ongecensureerd van zich horen. Het maakt in elk geval iets los weet ik uit eigen ervaring. Nooit kreeg ik zoveel reacties als op de brief van de dag in de Volkskrant van zaterdag 12 januari 2019 getiteld ‘Bijna niemand weet het nog maar de antistad Heerlen zal in 2019 vriend en vijand verrassen’

Sindsdien weet ik wat er bedoeld wordt met ‘viral  gaan’.

 

Het sterkt mij in de overtuiging dat dit immense kunstwerk iets bijzonders is dat gekoesterd moet worden. En ik heb nu nog meer goede redenen om Heerlen een warm hart toe te dragen.

juni 2020

 © 2020  met trots gemaakt door de Vrienden van het Maankwartier en groenergras.