column door Ruud Theunissen

Waarderen waar je leeft!

 

Hallo, ik ben Ruud. Eind 2005 ‘landde’ ik in Heerlen.

Op dat moment voelde ik me nog een Rotterdammer, puur vanwege het feit dat ik in mijn jeugd in die stad aan de Maas gewoond had.

Een echte band met Rotterdam heb ik inmiddels niet meer, behalve dat ik nog steeds een voorliefde heb voor de voetbalclub Feyenoord. Voordat ik neerstreek in Heerlen woonde ik overal en nergens. Door mijn werk als beroepsmilitair woonde ik in verschillende steden in Nederland, maar waren er ook periodes waarin ik andere landen ‘bezocht’.

 

Ik woon dus 15 jaar in de stad Heerlen, met veel genoegen. Ik ken het mijnverleden van de regio en de stad Heerlen slechts uit geschiedenis-boekjes, maar ik besef me terdege dat de mijnindustrie van groot belang is geweest voor de werkgelegenheid en alles wat daarmee samenhangt.

Wat mij van het begin af aan heeft verwonderd is dat veel Heerlenaren nog steeds een beetje lijken te lijden aan het Calimero-denken. Dat de mijnsluitingen in de vroege Jaren ’70 een impact hadden mag duidelijk zijn, maar dat er 50 jaar later nog steeds met weemoed naar gekeken wordt is jammer. De mens herinnert zich vaak slechts de positieve kanten en de negatieve zaken vervagen in de herinnering. Vooruitblikken lijkt me handiger en ook verstandiger. Want daar is het immers te doen, voor onszelf, voor onze kinderen en onze kleinkinderen.

 

Als ik een praatje maak in de stad, met deze of gene, en er met enige negatieve mindset wordt gesproken over de stad, dan vraag ik wel eens af of diegene ook elders heeft gewoond en vergelijkingen kan maken. Zelf heb ik veel vooruitgang kunnen zien in de 15 jaren dat ik hier woon. Ik zag hoe de pleinen en pleintjes mooier werden, ik zag evenementen groeien en verbeteren, door de jaren heen kwamen er meer en meer evenementen en activiteiten, voor allerlei doelgroepen. 

 

Heerlen ligt als het ware ingeklemd tussen het groen, een zegening.


Als ik door de ramen van mijn appartement kijk zie ik de glooiingen van het heuvelland, het groen van Landgoed Terworm, de boomtoppen van het Aambos en een groot stuk van de Brunssummerheide. Heerlen ligt als het ware ingeklemd tussen het groen, een zegening. Dat de platte daken in de stad vrijwel allemaal ongebruikt blijven is ook iets wat zichtbaar is als men iets hoger woont, dat zou beter ongetwijfeld beter kunnen, niet voor het uitzicht maar wel voor vergroening, opvang van regenwater en het opwekken en/of opslaan van energie.

 

Een stad als Rotterdam zou er juichend mee te koop lopen! 


Je zou desgewenst de benaming ‘poort naar het heuvelland’ kunnen toeschrijven aan Heerlen, maar dat is wellicht wat vergezocht. Feit is wel dat vele ‘uitjes’ zich bevinden in een straal van pakweg 10 kilometer in en rondom onze stad. Ik noemde reeds het Heuvelland, maar denk ook aan Gaia Zoo en Continium Discovery Centre in Kerkrade, SnowWorld in Landgraaf, kasteel Hoensbroek en andere unieke kastelen in de nabije omgeving,  het Blotevoetenpad in Brunssum, inclusief de Hochseilbahn, bijna teveel om op te noemen. Een stad als Rotterdam zou er juichend mee te koop lopen!  

Als je dan nog ietsje breder denkt en kijkt, dan besef je hoe uniek Heerlen ligt. Steden als Aken, Maastricht en Luik, ieder met hun eigen karakter, liggen om de hoek, terwijl regio’s als Eindhoven en Groot-Venlo een steeds grotere rol spelen in de economische vooruitgang van Nederland. Van dat laatste, daar plukken Heerlen en Parkstad ook positieve vruchten van, je moet het echter wel willen zien.

 

Zouden we de binnenstad niet ook meer als een wijk moeten zien?


Niet alles is echter rozengeur en maneschijn, ik sluit mijn ogen niet voor zaken die (extra) aandacht behoeven. Net als andere steden heeft ook Heerlen last van veranderende consumptie en dus staan er veel winkelpanden leeg. Een realist weet dat er geen andere ondernemers zullen komen en beseft dat het zoeken naar andere oplossingen voorop moet staan. Niet alleen een taak voor gemeentelijke bestuurders maar vooral ook in samenspraak met vastgoedeigenaren, lokale middenstand, eventueel woningcorporaties en andere belanghebbenden. Zouden we de binnenstad niet ook meer als een wijk moeten zien? Betekent een ietwat vergrijzende binnenstad niet ook iets voor een veranderende behoefte? Past daar een senioren-tandarts bij of een rollator-service-centrum? Waarom heeft de IKEA wel een kinderspeelruimte inclusief ballenbak, maar het stadscentrum niet?

 

Ik vraag mij soms ook af hoe diverse instanties en politieke partijen de langere termijn toekomst zien van Heerlen en Parkstad. Moeten we omwille van alles ‘groeien’ in de breedste zin van het woord? Is er een visie waar we gezamenlijk naar toe willen en moeten werken? 

 

Achteruit kijkend zijn er ook lessen geleerd uit de vroegere stationsomgeving.

 

Want vooruitkijken is noodzakelijk, het achterom kijken is vaak alleen nuttig om er van te leren.
Achteruit kijkend zijn er ook lessen geleerd uit de vroegere stationsomgeving, ‘dat nooit meer!’ zullen vele Heerlenaren denken. De bewoners van het Maankwartier zullen dat beamen, je ziet het ook aan diverse initiatieven. Of het nu een plantjes-bibliotheek is, een ‘balkonfeestje’, een schoonmaakactie of het te berde brengen van overlast, men wil er iets van maken en dat is prijzenswaardig! 

 

Misschien zijn lokale initiatieven wel passend binnen een visie voor Heerlen en de regio. Met een beetje ondersteuning vanuit de gemeente zou het zelfs een prima middel kunnen zijn om gemeentelijke kosten te drukken en gezamenlijk verantwoordelijkheidsgevoel te bevorderen.
Een goede, gezellige en gezonde woonomgeving is goud waard. Ieder stukje inspanning dat daaraan bijdraagt is meegenomen en verdient waardering. 

 © 2020  met trots gemaakt door de Vrienden van het Maankwartier en groenergras.